Home / Alles / 10 stekken om op snoek te vissen

10 stekken om op snoek te vissen

Dat snoeken in de winter goed te vangen zijn is geen verrassing meer. Maar waar kun je de snoeken nu precies verwachten? In dit blog geven we je de 10 stekken om op snoek te vissen die volgens onze ervaring het beste zijn.

  1. Duikers

Snoeken liggen graag bij overgangen van licht naar donker. Als de aasvissen (voorntjes, alvers en kolblei bijv.) van licht naar donker zwemmen ervaren ze waarschijnlijk een moment van desoriëntatie. Dit is ideaal voor de snoek, hét moment om toe te slaan. Laat dus je dobber met aasvis eens onder de duiker drijven. Door goed aan de lijn te voelen, voel je precies wat er met het aas gebeurd. Op die manier mis je geen snoek meer!

  1. Brugpijlers

In kanalen en rivieren hoopt er zich rondom de brugpijlers veel rotzooi onder water op. De snoek kan hier, vanuit een hinderlaag aanvallen. Gooi met je plug of shad meerdere keren langs deze obstakels en het is bijna succes gegarandeerd. Blijf deze stekken wel bevissen, ook als je de eerste keer geen activiteit hebt gehad. Snoeken wisselen stekken regelmatig af dus sta niet raar te kijken als het een week later een top stek is.

  1. Meerpalen/Dukdalven

De meerpalen/dukdalven zijn de grote, vaak houten, palen waar boten zich aan vast kunnen leggen. Rondom deze palen treden door de stroming diepteverschillen op en dus een grillig bodemverloop. Een ideaal jachtgebied voor roofvis. Ook snoeken profiteren vaak kostelijk op deze plekken, de combinatie van obstakels en diepteverschillen zijn in het voordeel van de snoek. Zeker rondom havens zijn dit ideale plekken om je doodaas montage statisch of onder een dobber aan te bieden!

  1. Overhangende bomen en struiken

Net als bij duikers, is er bij overhangende bomen en struiken vaak sprake van wisselingen tussen licht en donker. De schaduwen van de dikke takken of blad houdende struiken op de bodem zorgen voor een goede snoekplek. Houd er op deze rekening mee dat er takken op de bodem kunnen liggen zodat je niet steeds vast komt te zitten met je kunstaas.

  1. Stroomnaden

Door kribben, bochten en diepteverschillen treden er stroomnaden op in rivieren. Kort voor en/of achter deze naden kun je zeker een aanbeet van snoek verwachten. Kies voor verzwaarde shads of dieplopende pluggen, hierdoor vis je de juiste plekken voor de snoek. Let op: snoeken die in de stroming liggen kunnen extreem hard vechten, zorg dus voor een stugge snoekhengel die de klappen goed op kan vangen.

  1. Holle oevers

Veel watergangen zoals kanalen en sloten bevatten holle en bolle oevers. De buiten bocht van een stromende watergang kan door de stroming uitgehold zijn, terwijl de binnenbochten vaak bol zijn. Vooral de holle oevers zijn een ideale schuilplaats, als de oever genoeg is uitgesleten zal de snoek hier positie innemen om de aasvissen te verrassen. Laat je dobber met aasvis langs de buitenbocht driften en sta niet raar te kijken als de dobber ineens onder schiet.

  1. Afgestorven waterplanten

Als je de wateren goed kent, dan weet je ook waar in de zomer de lelie- en wiervelden stonden. Als deze gedurende het najaar afsterven vormen ze een voedselgebied voor larven en slakken. Deze trekken voorntjes, baarzen en bijvoorbeeld kolbleien aan. Die op hun beurt de snoek aan zal trekken. De voedselpiramide ten top dus! Afhankelijk van de diepte kun je deze stekken perfect met kunstaas afvissen. Het is goed om hierbij goed naar de zwemdiepte van je kunstaas te kijken, met te diep duikend kunstaas zul je onnodig vaak vast komen te zitten.

  1. Rietkragen

Rietkragen vormen het gehele jaar door een potentiële stek voor snoek. In de zomer stralen de volle rietpluimen, waaiend in de wind een gigantische vangpotentie uit. In de winter zijn veel van deze rietkragen kort gemaaid, echter onderwater zijn de stengels nog wel aanwezig. Daar vormen ze een obstakelrijk geheel voor diverse vissen. De snoek kan niet altijd tot ín het riet zwemmen, maar zeker wél tot vlak ervoor. Als snoekvisser is het dus slim om een spinner of jerkbait over de vaak ondiepe stekken te werpen. Riet groeit veelal tot een waterdiepte van +- 1 meter. Kies dus niet voor dieplopend kunstaas!

  1. Onderkant talud

In de eerder genoemde plekken staan obstakels en hinderlagen vaak centraal. Maar op grote kanalen met kale oevers zonder zichtbare obstakels, ben je als snoekvisser zeker niet kansloos mits je de juiste plekken bevist. De vaargeul is een mooi begin om een grote (14-20cm) shad heen te werpen. Beweeg je hengel met korte rukken omhoog, om zo je shad de juiste actie mee te geven. Na elke ruk haal je een stukje lijn binnen, zorg wel dat je slip goed ingesteld staat! De aanbeten zijn hard en de snoek zal direct weer de vaargeul in willen. Op deze manier vis de oever perfect af vanaf de vaargeul tot kort onder de kant.

  1. Sluizen en stuwen

In kanalen, sloten, weteringen en andere watergangen, kom je vooral rondom sluizen en stuwen de afwisseling in stroomsnelheid tegen! Vissen die in deze kleine stroomversnellingen en/of vallend water terecht komen, zullen vaak gedesoriënteerd raken. Een ideaal moment voor de snoek om toe te slaan. Dit is dan ook de reden, dat de snoek bij sluizen en stuwen op zijn maaltijd ligt te wachten. Let op: op sommige plekken mag je niet vissen kort onder de stuw of sluis. Zeker als het de grote kanalen betreft, houdt hier dus rekening mee!

Spreek snel met je vismaat af om eens in jouw regio een lijstje te maken met top snoekstekken. Dat moet met deze tips zeker lukken!

Goede vangst!

Meld je aan voor de Raven Hengelsport Nieuwsbrief:
  • Ontvang €5,- korting op je volgende bestelling!
  • Visinspiratie en tips geschreven door visexperts 
  • Updates over de Nieuwste producten

Bekijk ook eens

3 Roofmeister tips voor zeebaarsvissen vanaf de kant

Dit is een gastblog van Sjoerd Beljaars, fanatieke visser op alles wat tanden heeft en …