Home / Aas & Voer / Jan van Schendel vertelt over witvisvoer

Jan van Schendel vertelt over witvisvoer

Ik ben al bijna 50 jaar wedstrijdvisser en gedurende al die jaren is het onderwerp “voer” omgeven geweest door een zweem van geheimzinnigheid en mystiek. Tegenwoordig is de situatie ten opzichte van vroeger al behoorlijk veranderd. Wedstrijdvissers zijn  nu meer “open” dan vroeger. Dat komt vooral doordat er veel meer algemene informatie beschikbaar is tegenwoordig. Internet heeft hier zeker een grote rol in gespeeld.  Ik draai echter al heel wat jaartjes mee en heb op het gebied van witvisvoer heel veel zelf moeten testen en uitproberen. Langzaam is mijn mening veranderd in de loop der jaren. Ik ben heel anders gaan denken over het belang van de verschillende witvisvoer soorten die ik gebruikte. Sterker nog, ik ben heel anders gaan denken over het belang van voer in zijn algemeenheid. De reden? De ervaringen die ik opdeed in de praktijk…

De reden? De ervaringen die ik opdeed in de praktijk…

 

Ervaringen overzee..

In 1979 kwam ik voor het eerst in Noord-Ierland als visser. Ik was een van de winnaars van een door Shakespeare verzorgde visreis naar het “groene eiland”. Dat was het begin van een complete metamorfose van mij als wedstrijdvisser. Niet die trip op zich maar met name de tijd daarna. Tijdens die eerste trip hoorde ik van verschillende kanten over de geweldige visserij in de omgeving van het stadje Enniskillen. De plek waar grote hoeveelheden voorns zich verzamelden voor de paai. Voorns die zich daar verzamelden vanuit het enorme Lough Erne. In die tijd werden hier enorme wedstrijden georganiseerd met veel prijzengeld.

Het was dan ook een plek waar alle top vissers uit Groot Brittannië zich verzamelden en het tegen elkaar opnamen. Toen ik dat hoorde wist ik dat ik ook mee moest doen aan deze wedstrijden. Waarom? Ik had toen al het doel om ooit uit te komen voor het Nederlandse team en ik wist gewoon dat de vissituatie daar de meeste mogelijkheden bood om mezelf te verbeteren. Zoveel vis als we daar vingen was ongehoord voor Nederlandse begrippen. Hier zag ik kansen om ervaringen op te doen die ik nergens anders op had kunnen doen! Ik moest daar gewoon heen. Zeker omdat de wedstrijden die daar werden gehouden bestonden uit allerlei verschillende vistechnieken. Dit was het begin van vele bezoeken aan Ierland. Ik had de plek gevonden om mijn kennis te vergroten uiteindelijk ben  ik er zeker 30 keer geweest voor allerlei wedstrijden.

 

Pioniers.

Het mooiste aan het vissen in Groot-Brittannië vond ik altijd de totaal andere(veel meer open) cultuur in de wedstrijdvisserij. Het was heel anders dan dat ik in Nederland gewend was. Veel minder geheimzinnig, veel meer open & meer collegialiteit. Op allerlei manieren leek de sport daar veel volwassener dan dat ik in Nederland gewend was. Nergens heb ik dan ook de gelegenheid gehad om meer te leren over het wedstrijdvissen dan daar. Het eerste wat wij opviel waren de totaal andere gedachten en ideeën over voer en het gebruik daarvan. De ideeën en gedachten bleken veel simpeler en nuchterder dan ik ooit eerder ervaren had in Nederland! Natuurlijk was het begin erg moeilijk voor me. Ik kende simpelweg de wateren nog niet en ik ontdekte dat ik nog veel moest leren over de verschillende vistechnieken.

 

Al heel snel gingen onze gesprekken over het “magische” onderwerp; Voer.

 

Kortom, het was in de begin jaren erg moeilijk om goede resultaten te behalen. Maar ik volhardde en Ierland bleef me trekken. Als vanzelf leerde ik daar allerlei meer en minder bekende wedstrijdvissers kennen. Ik denk dat er best respect was voor “ons” Nederlandse vissers die toch elke keer maar weer van ver kwamen om zich te meten met “hen” de Engelse elite. Ik behoorde tot het selecte gezelschap Nederlanders die destijds Ierland bezochten. Ikzelf, samen met Chris Roeffen, Bierk en Harry Hogenhof. We hebben altijd het gevoel gehad dat we welkom waren in Ierland, buitengesloten werden we nooit. Al heel snel gingen onze gesprekken over het “magische” onderwerp; Voer.

 

Nieuw inzicht.

Natuurlijk kwamen wij daar met alle ingrediënten die we ooit gebruikten en natuurlijk maakten we zelf daar onze “speciale voertjes” klaar. Onze tegenstanders bleken dat niet te doen. Die werkten in die tijd simpelweg met wit en bruin broodmeel. Verder niks. En toch werden we meestal behoorlijk weg gevist door die mensen. Begrijp me niet verkeerd, de Britse wedstrijdvissers hechtten ook waarde aan welk voer ze gebruikten. Maar meer dan twee ingrediënten beschouwden ze als “niet nodig”. Het witte broodmeel was meer bindend dan bruin broodmeel en met die kennis werd de precieze samenstelling aangepast op de visplek die men had geloot.

Ik verloor zeker niet al mijn principes uit het verleden maar automatisch ben ik daarna wel helemaal anders gaan denken over voer. Veel simpeler vooral en leerde het voer zien als minder doorslaggevend! Overigens hebben ondertussen allerlei samengestelde witvisvoer van allerlei merken hun weg gevonden naar de Britse markt en hetzelfde geldt voor de situatie bij ons.

Wel durf ik te stellen dat de gemiddelde wedstrijdvisser uit de Benelux tien keer meer weet over voer dan de gemiddelde Britse wedstrijdvisser. Maar maakt dat dan ook dat wij de betere vissers zijn? Nou ik dacht het niet! Ik durf ook gerust te stellen dat het niveau van de wedstrijden bij ons “nog niet de schoenveters kan vastmaken” van het ongekend hoge niveau daar. De ongekende successen van met name de Engelse teams in de recente historie van het Internationale wedstrijdvissen zeggen, wat dat betreft, meer dan 1000 woorden!

 

Marcel van den Eynde

Vrijwel op hetzelfde moment leerde ik eigenlijk bij toeval Marcel van den Eynde kennen. Eerst vrij oppervlakkig, maar later werden we goede vrienden en werd hij een geweldig voorbeeld voor mij. Marcel was net begonnen met het maken van visvoeders en zijn altijd weer simpele ideeën waren een absolute openbaring. Die man was op veel vlakken zijn tijd minstens 20 jaar vooruit!

Als relatief jonge wedstrijdvisser heb ik dan ook enorm veel kunnen leren van dit grote voorbeeld. Marcel was altijd goudeerlijk, dat maakte hem bijzonder populair in de wedstrijdvisserij van die tijd. Een van zijn mooiste uitspraken ben ik nooit vergeten en “met een beetje fantasie” sluit die perfect aan op de “Britse meningen” over voer die ik al eerder had ervaren. Marcel zei altijd; “dat wanneer je alle belangrijke zaken in de wedstrijdvisserij bij elkaar zag als 100%, dan was het gedeelte voer daarvan hooguit 20 of 25%”. De rest had te maken met kennis van het water/natuur, vismanieren en natuurlijk een portie geluk. Is dat niet een hele eerlijke uitspraak voor een voerproducent? Dat was nu typisch Marcel van den Eynde!

Voor mij was die uitspraak de laatste stap die ik nog moest maken richting het vissen met uitsluitend kant en klaar lokvoer. Ik heb daarna nooit meer iets anders gedaan tot op de dag van vandaag. Natuurlijk heb ik de verschillende voeren leren kennen en heb geleerd welk voer bindend is en welke juist wolkend. Ik heb geleerd welk witvisvoer zwaar is en welk voer juist veel lichter. Met die kennis pas ik mijn voer aan. Met die kennis kan ik mijn voer aanpassen naar vrijwel elke vissituatie. Vaak gebeurt dat pas enkele uren daarvoor of pas als ik op de visstek ben aangekomen.

Vaak gebeurt dat pas enkele uren daarvoor of pas als ik op de visstek ben aangekomen.

Geheime ingrediënten bestaan dus niet. Goede kennis van de werking van je voer is veel belangrijker!

Met vriendelijke groet,

Jan van Schendel

 

 

 

Meld je aan voor de Raven Hengelsport Nieuwsbrief:
  • Ontvang €5,- korting op je volgende bestelling!
  • Visinspiratie en tips geschreven door visexperts 
  • Updates over de Nieuwste producten

Bekijk ook eens

5 tips voor dikke baarzen

De herfst en winter zijn dé seizoenen van het roofvissen! Diverse vissers gaan op pad …