Roofvissen

Roofvissen

Leer alles over het vissen op baars, snoek, snoekbaars, etc

Roofvismateriaal
Het roofvissen wordt in Nederland steeds populairder, en dat is niet zo gek!
We hebben een gezond bestand aan roofvissen in onze wateren, en er zijn zoveel verschillende manieren om ze te vangen dat er voor iedereen wel een manier is die hem aanspreekt. Of je nu lekker met een licht hengeltje door de polder struint en de baars belaagt, met een jerkbait die ene kanjersnoek probeert te verleiden, of met je bootje probeert de snoekbaars te foppen. Roofvissen heeft het allemaal! Om je een beetje op weg te helpen in de wereld van de vissen met tanden, hebben we een gids gemaakt die je snel op weg helpt bij je eerste roofvisavontuur. We vertellen je graag meer over de verschillende vissoorten, de verschillende technieken, het materiaal wat je hiervoor nodig hebt, en hoe je dit moet gebruiken.
 
We hopen dat we je nu een eindje op weg hebben geholpen in de wondere wereld van de roofvissen. Probeer het eens, experimenteer erop los en zoek met je hengel het avontuur op!
Na je eerste vangst heeft het roofvisvirus vast ook jou gegrepen…….
Een jerkbait is een imitatievis van hout of kunststof waar je zelf een actie aan moet geven door het geven van tikken met de hengeltop. Hoe je dat doet en wat je hier voor nodig hebt, lees je hier. Lees meer
Dropshotten
Dropshotten is een techniek die is overgewaaid uit Amerika. Hierbij houd je je hengel in de hand en laad je het loodje over de bodem huppelen. Hoe je dat doet en wat je hier voor nodig hebt, lees je hier. Lees meer
Doodaasvissen met een dobber is een spannende manier van vissen, die vooral op snoek en snoekbaars erg goed werkt. Met een dobber heb je meer controle over je dode aasvis en je kunt gebruik maken van de stroming en daardoor grotere wateroppervlakken afvissen. Lees meer
Statisch vissen met doodaas
Wanneer je je aas presenteert op één stek en daar blijft wachten, dan wordt dit het statisch vissen met doodaas genoemd. Vooral voor de snoek en snoekbaars is dit een erg goede techniek. Lees meer
Roofblei is een sterke, slanke vis, die je vindt in de volle stroming van rivieren. Je bevist roofblei met kunstaas. Bij het roofblei vissen is het van belang dat je probeert de prooi van dat moment te imiteren. Lees meer
Trollend achter een boot
Een leuke en ontspannen manier van vissen is het zogenoemde trollen of slepend vissen. Je komt op plekken waar andere vissers niet kunnen komen en je kan gebruik maken van fishfinders zodat je een goed beeld krijgt van alles wat er onder de boot gebeurt.  Lees meer
Een plug is een imitatie van een prooi voor roofvissen. Ze komen in alle kleuren en maten, de keuze is enorm! Maar. Waar moet je nou echt rekening mee houden wanneer je met pluggen gaan vissen? Lees meer
Vissen met Softbaits
Onder softbaits, verstaan we allerlei soorten zacht kunstaas. Softbaits worden gevist met een loodkopje, of ook wel jighead genoemd. Maar hoe maak je nou een montage die het beste bij jou past? We leggen het je graag uit. Lees meer
Vissen met spinners en lepels
Begin je net met het roofvissen? Begin dan eens met een spinner of lepel. Beide soorten zijn makkelijk te vissen. De techniek is eenvoudig en toch succesvol! Graag vertellen we je wat meer over deze bewezen soorten kunstaas, en hoe je ze het beste kunt gebruiken. Lees meer
De laatste jaren zijn er erg veel goede imitaties op de markt gekomen van de prooidieren van roofvissen. Vissen met oppervlaktekunstaas is een spannende manier van vissen omdat aanbeten bijna altijd onverwacht komen. Lees meer
In ons Nederlandse viswater zijn er 5 vissoorten de baas.
De Snoek, de Snoekbaars, de Baars, de Roofblei en de Meerval.
Graag stellen we deze vissoorten even aan je voor….

De snoek
De snoek is misschien wel de bekendste roofvis van Nederland. Hij kan erg groot worden, tot anderhalve meter en ook best oud, soms wel 15 jaar. De snoek is makkelijk herkenbaar door zijn langgerekte vorm en zijn indrukwekkende bek vol tanden. Snoeken zijn roofdieren en leven van vissen, amfibieën, kreeftachtigen, kikkers en knaagdieren. Maar het overgrote deel van zijn dieet bestaat uit vis. Van nature pikt de snoek graag de makkelijkste prooien eruit. Doordat de snoek op deze manier de zwakkere exemplaren als eerste vangt, houdt hij de vispopulatie gezond. Snoeken paaien al vroeg in het voorjaar. In februari of maart zoeken ze het ondiepe water op om voor nageslacht te zorgen. Hierdoor krijgen de jonge snoekjes meteen een goede start. Ze zijn immers al een beetje gegroeid wanneer het echte voorjaar aanbreekt en alle andere vissoorten jongen krijgen.
Door deze overvloed aan voedsel groeien ze hard en bereiken ze de 30 cm al binnen een jaar.
 
Snoeken houden het meeste van stilstaand of langzaam stromend water. Helder water heeft de voorkeur omdat snoek een echte zichtjager is. Ze houden van begroeide oevers en veel waterplanten die beschutting bieden. Snoeken vallen aan vanuit een hinderlaag. Roerloos kunnen ze lang op een prooi wachten, om deze daarna met een korte sprint aan te vallen. Ze zoeken plekken waar ze de prooivis kunnen verrassen. Deze beschutting vinden ze vaak tussen rietkragen of lelievelden maar ook bij ondergelopen struiken en bomen zijn ze vaak te vinden. Andere goede schuilplaatsen zijn bijvoorbeeld brugpijlers, duikers, aanlegsteigers, of kruisingen van waterwegen. Probeer te denken; “Waar zou ik als snoek mijn eten kunnen verrassen?”
De snoekbaars
De snoekbaars is een mooie, hardvechtende vis, die je op veel verschillende manieren kunt vangen. Ze kunnen bovendien behoorlijk groot worden, tot wel 120 cm bij een gewicht van 15 kg. Snoekbaarzen kunnen in goede leefomstandigheden ongeveer 15 jaar oud worden. Snoekbaarzen zijn roofvissen. Ze leven van vissen, amfibieën, kreeftachtigen, kikkers en knaagdieren maar veruit het grootste deel van zijn dieet bestaat uit vis. Van nature pikt snoekbaars graag de makkelijkste prooien eruit. Doordat de snoekbaars op deze manier de zwakkere exemplaren als eerste vangt, houdt hij de vispopulatie gezond.
 
Hij paait in april/mei en doet dit op een heel bijzondere manier, hij maakt namelijk een nestje. Het mannetjes maakt een plekje schoon op de bodem en blijft hier wachten op een vrouwtje. Wanneer hij het vrouwtje heeft overgehaald, dan legt dit vrouwtje haar eitjes in het nestje. Het mannetje blijft dit nest bewaken en zorgt ervoor dat de eitjes schoon blijven. Na ongeveer een week komen de eitjes uit en zijn de jonge snoekbaarzen op zichzelf aangewezen.
 
Snoekbaars is een vis die oorspronkelijk uit het Elbe- en Donaugebied maar heeft zich ondertussen verspreid over Europa. Je vindt ze in alle rivieren en alle wateren die daarmee in verbinding staan. Ze houden van groot en diep water, het liefste met een harde bodem en weinig begroeiing. Het liefst een beetje troebel water want daar is hij met zijn goede ogen in het voordeel. Snoekbaarzen zijn vaak te vinden aan de randen van een talud of bij obstakels. Snoekbaarzen zijn actieve jagers die zich vaak in kleine scholen ophouden. Alleen de grote exemplaren jagen alleen. Je vindt ze vaak bij de overgang van ondiep naar dieper water of in kuilen op de bodem. Het is een lichtschuwe vis, daarom vind je ze vooral op grotere dieptes of op plekken waar de zon niet in het water kan doordringen, zoals bij bruggen of onder boten.
De baars
De baars is één van de meest voorkomende en bekendste roofvissen in Nederland. Hij kan een lengte bereiken van maximaal 55 cm en een gewicht van maximaal 4 kg. Een baars kan heel oud worden, hij kan een leeftijd bereiken van ruim 20 jaar. Baarzen kun je herkennen aan de gestekelde rugvin en de mooie rode kleurtinten. Baarzen stellen geen hoge eisen aan de leefomgeving. Ze zijn dan ook in vrijwel alle wateren te vinden. Zowel in stromend water als in stilstaand water, zelfs in brak water komen ze voor. De paaitijd van de baars begint iets later dan die van de snoek en snoekbaars. De mannetjes zoeken het ondiepe water op, even later gevolgd door de vrouwtjes. Tijdens het paarritueel wordt het vrouwtje door meerdere mannetjes achtervolgd. Dan laat het vrouwtje een streng eitjes vrij, welke vaak blijven kleven aan planten of de bodem. Na de bevruchting staan de jonge baarsjes er alleen voor.
 
Baarzen zijn roofdieren en leven van vissen, amfibieën, wormen, kreeftachtigen en kikkers. Het grootste deel van zijn dieet bestaat uit vis, zeker bij volwassen exemplaren. Grote baars is kannibalistisch en eet ook graag kleinere soortgenoten. Kleinere baars is vaak erg gulzig en stort zich soms op voedsel dat nauwelijks in zijn bek past.
 
Jonge baars houdt zich graag in de ondieptes op. Hier is meer kleiner voedsel en zijn ze zelf ook beter beschermt tegen andere rovers. Grotere baars blijft meestal dieper in het water. Zij jagen op grotere prooien en hebben zelf niet veel vijanden meer. Grote baarzen komen soms in de avondschemering wel op het ondiepe. Dit zie je vooral in het voorjaar wanneer de ondieptes vol met jonge vis zijn.
Baarzen zijn actieve jagers. Je vindt ze vaak bij stuwen of water inlaten, of andere plekken waar het water flink stroomt.  Jonge vis die door de stroming gedesoriënteerd is, vormt een makkelijke prooi.

De roofblei
De roofblei is een lange, sterke, slanke vis die qua uiterlijk wel wat weg heeft van de winde. Ze kunnen ruim een meter lang worden en worden dan wel 10 kilo zwaar. Roofbleien kunnen een leeftijd bereiken van maximaal 12 jaar onder goede omstandigheden. Roofblei is een nieuwkomer in Nederland. Oorspronkelijk komt deze vis uit Centraal- en Oost Europa. Vanaf midden jaren 80 is de roofblei begonnen aan een opmars in ons land. De opening van het Mainz-Donau kanaal en de verbeterde waterkwaliteit hebben ervoor gezorgd dat de roofblei nu in veel Nederlandse wateren vrij algemeen voorkomt. Roofblei is een vis, die zijn prooi zoekt in de volle stroming van rivieren.

Ook voor zijn voortplanting heeft de roofblei stromend water nodig. Je vindt ze tegenwoordig in alle rivieren in ons land en in alle wateren die daarmee in verbinding staan. Ze weten zich goed te handhaven want jonge roofblei wordt volop gevangen in Nederland. Jonge roofblei voedt zich vooral met insecten, larven, of andere kleine waterdiertjes. Wanneer de roofblei een lengte bereikt van 20 cm, dan gaat zijn dieet steeds meer uit alleen vis bestaan. Vooral jong speldaas heeft zijn voorkeur. Deze jonge visjes zijn vaak gedesoriënteerd in het snel stromende water, waardoor ze daar een makkelijke prooi zijn. De paaitijd begint ongeveer in april. Dit is afhankelijk van de watertemperatuur. De roofblei zet zijn eitjes af op kiezelbeddingen of op een zandbodem met stenen. Deze eitjes zijn licht en worden na de bevruchting snel meegevoerd door de stroming. Verdere broedzorg is er niet voor de eitjes, ze zijn op zichzelf aangewezen.
 
Roofbleien zijn vissen van de stroming. Door het gestroomlijnde lichaam en de krachtige staart zijn ze goed in staat om zich in het meest woeste water staande te houden. Zoek plekken waar jonge visjes in de problemen komen door de stroming. Je kunt hierbij denken aan stuwen, kribben, brugpijlers, sluizen en plekken waar meerdere stromingen bij elkaar komen. Vaak is het zo dat hoe woester en wilder het water, hoe groter de kans op succes. Probeer het ook eens achter boeien die verankerd zijn in de rivier. Deze zijn vaak begroeit met algen, waardoor kleine visjes erop af komen. De roofblei weet dit soort plekjes ook prima te vinden. Let goed op of je schooltjes vluchtende visjes aan het water oppervlak ziet. Roofblei veroorzaakt flink wat paniek in schooltjes jongbroed en hiermee verraadt hij natuurlijk precies waar je moet zijn.

Meerval
Meerval is de grootste vis die we in Nederland kunnen aantreffen.
In Nederland zal het maximale formaat nu ongeveer 250cm zijn, bij een gewicht tot 90kg. In het buitenland zijn al meervallen gevangen van bijna 300cm met een gewicht van meer dan 150 kilo! Meervallen worden ook oud, leeftijden tot 80 jaar zijn al bewezen. De meerval vinden we in Nederland vooral op de grote rivieren en in alle plassen en meren die hiermee in verbinding staan. Meervallen hebben een voorkeur voor zachte bodems. Het water moet voldoende schuilgelegenheid hebben in de vorm van diepe gaten, boomstronken en overhangende oevers. Meervallen beginnen met paaien wanneer de watertemperaturen rond de 18°C komen. Het mannetje zoekt een ondiepe plek en maakt hier een eenvoudig nest. Het vrouwtje legt daar haar eitjes welke daarna worden bevrucht door het mannetje. Na de bevruchting houdt het mannetje de wacht tot de eitjes uitkomen. Hierna zijn de jonge visjes op zichzelf aangewezen. Meervallen zijn roofdieren, en leven van vissen, amfibieën, kreeftachtigen, kikkers, knaagdieren en watervogels.  Maar grootste deel van zijn dieet bestaat uit vis. Spannende verhalen over aanvallen op mensen zijn nooit bewezen gelukkig.

Terug naar boven.
  • Indien op voorraad, voor 21:00 besteld, morgen in huis!
  • Gratis verzending bij een bestelling van €50,- of meer
  • 14 dagen niet goed geld terug