Statisch doodaasvissen op snoek

Hier lees je wat je nodig hebt!

Statisch doodaasvissen op snoek
Statisch doodaasvissen op snoek is een populaire manier van vissen, vooral in de koudere maanden van het jaar. Wanneer de watertemperaturen laag zijn, dan neemt alle activiteit onder water af. Elke vis zal zuiniger met zijn energie omspringen en minder actief zijn dan in de warme maanden. Doodaasvissen op snoek kan dan heel effectief zijn. Een dode aasvis op de bodem geeft een geur af die de snoek zal prikkelen. Wanneer hij op de geur afkomt, dan vindt hij vanzelf jouw grote dode aasvis. Een snoek is zoals bijna elke rover, graag zo lui mogelijk. Een grotere dode aasvis levert veel energie op en kost weinig moeite om te vangen! Hoe groter een snoek, hoe groter lichaam hij heeft te onderhouden. Vandaar dat de grote snoeken helemaal dol zijn op een makkelijke snack. Met passief aangeboden dood aas worden elk jaar dan ook de grootste snoeken gevangen.
De hengel
De hengel die je voor het doodaasvissen op snoek het beste kunnen gebruiken, verschilt niet heel veel van een karperhengel. Een lengte van 3.30m, of 3.60m is prima. Als testcurve kan je het beste een hengel nemen van minimaal 3lb. Daarmee kan je een flinke dode aasvis een eind werpen, zonder risico op hengelbreuk. Een stevige hengel is bovendien beter tijdens de aanslag. De bek van een snoek is hard en de hengel moet genoeg body hebben om de haak goed te zetten.
De molen
Omdat je de hengel afwachtend op de steunen hebt liggen, ben je meestal niet op tijd om de beugel te openen bij een aanbeet. Om dit probleem op te lossen is een baitrunner of vrijloopmolen erg gemakkelijk. Wanneer je de vrijloopslip op de lichtste stand zet, dan kan de snoek lijn nemen zonder dat hij weerstand voelt. Zo voorkom je dat hij de aasvis loslaat. Kies de molen niet te klein, omdat je vist met nylon lijnen van een behoorlijke dikte. Een te kleine spoel zorgt voor kinken/krullen in de lijn omdat nylon nu eenmaal een geheugen heeft. Bovendien werpt een kleinere spoel minder ver en precies, omdat er veel wikkelingen lijn van elkaar af moeten komen tijdens een worp.
De lijn
Als hoofdlijn wordt gekozen voor een nylon lijn. Dit omdat deze een beetje rek heeft en gladder is. Deze rek helpt valse aanbeten voorkomen wanneer je met elektronische beetmelders vist. Het zorgt er ook voor dat de snoek minder snel weerstand zal voelen. Omdat nylon gladder is dan gevlochten lijn, zal het schuiflood bovendien met minder weerstand over de lijn glijden. Nog een pluspunt is dat nylon lijn minder water opneemt en daardoor minder snel bevriest in de koudere periode.
Kies je lijn niet te dun. Je vangt met een dikke lijn niet minder maar je loopt wel minder risico op lijnbreuk. En een snoek achterlaten met een takel in zijn bek, willen we natuurlijk niet. 0.35mm is een prima diameter voor deze manier van vissen.
De hengelsteun & beetmelder
De rest van de materialen die je nodig hebt, lijkt erg op het materiaal van een karpervisser. Je kunt kiezen voor een rodpod, dit is een complete hengelsteun, welke niet in de grond hoeft te worden gestoken. Dit kan een voordeel zijn wanneer je wilt vissen op plaatsen waar je geen normale hengelsteun in de grond kunt steken. Daarnaast is het handig wanneer de grond bevroren is. Er kan ook gekozen worden voor losse hengelsteunen, ook wel banksticks genoemd. Bij zowel een rodpod als een bankstick, heb je achtersteunen nodig. Aan de voorzijde gebruiken we een elektronische beetmelder. Deze zijn er in vele soorten. Er zijn verschillende degelijke beetmelders die tegen een bui kunnen. Om ook gewaarschuwd te worden wanneer de vis naar je toe zwemt, heb je een hanger nodig. Deze functioneert als contragewicht wanneer de snoek naar je toe komt zwemmen. Normaal zou dan het draad slap vallen en je beetmelder zal dan geen geluid maken. Door de hanger blijft de lijn toch onder spanning door de beetmelder lopen, waardoor je wel gewaarschuwd wordt op het moment dat de snoek op je af komt. Kies deze hanger niet te zwaar, de snoek mag niet teveel weerstand voelen.
De laatste meter
Het maken van een succesvolle doodaasmontage is niet heel moeilijk. Je hebt natuurlijk een loodje nodig, een speld om dit loodje aan vast te maken, Een rubber kraaltje, een stoppertje, en een beetje foam soms om je aasvis wat meer drijfvermogen te geven. Hieronder vindt je een overzicht van deze producten, daarna vertellen we je over de takel, oftewel de onderlijn.
De takel
Welke aasvis je ook kiest, je bevestigt hem aan een takel. Een takel is een stalen onderlijn met daaraan één of twee dreggen en soms een enkele haak. Welke takel je het beste kunt gebruiken, is afhankelijk van de grote van je aasvis. Je kunt takels zelf maken, maar je kunt ze ook kant-en-klaar kopen. De voorste enkele haak van deze takels veranker je goed in de aasvis, deze haak is vooral bedoeld om te zorgen dat de aasvis op de takel blijft zitten tijdens een flinke worp. De overige dreggen zijn bedoeld voor de snoek, hier zal je hem aanhaken bij een aanbeet. Aan deze takel zit een wartel, welke uiteindelijk aan de hoofdlijn moet worden geknoopt. Maar eerst moet je het schuiflood monteren. 
Ook handig
Nu ben je klaar om aan het avontuur te beginnen! Je hengel is klaar en opgetuigd, je hebt je aasvissen gepakt, en jezelf warm ingepakt. Wat kun je nu nog vergeten zijn?
Hieronder vindt je een lijstje met dingen die de meeste snoekvissers al wel bij zich hebben, omdat ze ontzettende handig zijn. Om de snoek te landen, te onthaken, te meten, en weer onbeschadigd terug te kunnen zetten bijvoorbeeld. Ook hebben we er wat handige items bijgezet waardoor je je materiaal goed kunt opbergen en zo goed voorbereidt aan het water kunt verschijnen.
  • Indien op voorraad, voor 21:00 besteld, morgen in huis!
  • Gratis verzending bij een bestelling van €50,- of meer
  • 14 dagen niet goed geld terug